Gelijkheid

Uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 7 oktober 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:3576 met toepassing van het gelijkheidsbeginsel in Groninger aardbevingsschadezaak. Een gedupeerde van de gaswinning kreeg op zijn verzoek om schadevergoeding nul op het rekest terwijl zijn buren onder dezelfde twee onder één kap woning wel een vergoeding hadden gekregen.

Ongelijke behandeling in op het oog gelijke gevallen doet de minderbedeelde pijn. Bij aardbevingsclaims leidt dit regelmatig tot onbegrip. Het is vaak niet uit te leggen waarom de ene postcode wel voor een vergoeding in aanmerking komt en de andere niet, waarom de ene woning nog volgens de oude ruime versterkingsnorm beoordeeld wordt en de andere volgens de nieuwe en strengere norm en waarom een scheur in de muur bij de één verklaard wordt als aardbevingsschade die voor vergoeding in aanmerking komt en bij een ander door krimp en uitzetting. Misschien is het gevoel van ongelijke behandeling wel één van de grootste frustraties bij de afwikkeling van schades door gaswinning in Groningen. Mijn kantoor doet jaarlijks  tientallen aardbevingszaken en zeer regelmatig speelt bij cliënten onbegrip en boosheid over ervaren ongelijke behandeling.

Gelijke gevallen moeten gelijk worden behandeld. Dat is grondwettelijk vastgelegd. Van gelijke gevallen is in de aardbevingspraktijk niet snel sprake. De gedupeerde weet wel van de buren die een vergoeding hebben gekregen maar kent vaak de exacte schade niet. Soms is hij nog in staat om het IMG-deskundigenrapport van de buren te bemachtigen en kan dan een beroep op het gelijkheidsbeginsel beter onderbouwen. Maar zelfs als  er nauwelijks verschillen zijn, is de gedupeerde er nog niet.  Sinds 1 juli 2021 geldt de Praktische Uitwerking Tijdelijke Wet Groningen voor Deskundigen. Hierin geeft het IMG zijn eigen deskundigen aanwijzingen voor beoordeling van geclaimde aardbevingsschades. Wanneer schade bij de buren voor 1 juli 2021 is beoordeeld, dan kan deze te soepel zijn beoordeeld en naar de huidige norm onterecht vergoed zijn. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet wanneer het schadebesluit over de eigen schade vergeleken wordt met een foutief schadebesluit over schade bij de buren. Het is niet mogelijk aanspraak te maken op eenzelfde foutieve beslissing als bij de buren.

In de administratieve rechtspraak is er echter ook aandacht voor situaties die weliswaar niet gelijk zijn maar die wel bij elkaar in de buurt komen. Zo formuleerde de Hoge Raad in 2007 (ECLI:NL:HR:2007:AZ8572) in een fiscale zaak:

Voorzover in de middelen wordt betoogd dat sprake is van discriminatie omdat niet-arbeidsongeschikte ondernemers onredelijk begunstigd worden ten opzichte van arbeidsongeschikte ondernemers miskennen zij dat discriminatie die erin bestaat dat ongelijke gevallen onevenredig ongelijk worden behandeld, zich slechts voordoet bij een overduidelijke onevenredigheid.

Er moet dus sprake zijn van een overduidelijke onevenredige behandeling van de ongelijke gevallen. Anders gezegd: de verhouding moet zoek zijn.

De regel dat ongelijke gevallen naar evenredigheid ongelijk moeten worden beoordeeld, wordt nu voor het eerst ook toegepast in een Groninger aardbevingsschade. De rechter vond dat de onevenredigheid in afwikkeling van de schades bij de twee buren overduidelijk was. De schades waren feitelijk wel maar juridisch niet identiek. Bij de buren was het bewijsvermoeden (dat de schade het gevolg was van de gaswinning) namelijk niet weerlegd en was het IMG aansprakelijk. Het verschil in schadebeoordeling tussen de twee buren was te groot. Van belang vond de rechter dat de buren onder dezelfde twee onder één kap woonden en dat het schadebeeld vergelijkbaar was. De aangetaste belangen waren volgens de rechtbank groot, zowel financieel als in een sociale context bezien. De ongelijke behandeling was al met al zeer schrijnend en er was een overduidelijke onevenredigheid in de afhandeling van de schades bij de gedupeerden onder dezelfde kap.

Bijzonder is dat de overduidelijke onevenredigheid volgt uit de juridisch strengere beoordeling dan de buurman. Daar zit de ongelijkheid in en niet in de feitelijke schades bij de beide buren. De rechter verplicht niet tot andere toepassing van het juridische kader en blijft uitgaan van een terechte weerlegging van het bewijsvermoeden. Het uiteindelijke resultaat is echter niet aanvaardbaar voor de rechter.

Het besluit van het IMG wordt dus vernietigd maar daarmee is de kous niet af. De uit te keren schadevergoeding is niet vastgesteld. Hoe moet nu de schadevergoeding zich verhouden tot die aan de buurman? Krijgen ze dan hetzelfde bedrag? Het is in ieder geval een exercitie waar de rechter zich niet aan waagt. Daarbij wordt gewaakt voor willekeur, een gevaar dat natuurlijk op de loer ligt. Het IMG wordt opgedragen om te bezien welk beleid in dit geval heeft te gelden. Dat beleid kan interessant zijn voor andere eigenaren van meer-onder-één kapwoningen. Ook afgewikkelde schades kunnen herzien worden bij dit beleid.

De beoordeelde schade betrof een schadevergoeding. Het verschil in behandeling vond de rechtbank schrijnend. De meest schrijnende aardbevingsschadezaken betreffen echter geen schadevergoedingszaken maar versterkingskwesties waar niet het IMG over gaat maar de NCG. Waar de één in de versterkingsoperatie een compleet nieuwe woning krijgt, goed geïsoleerd en van het gas af, krijgt de ander die even later wordt beoordeeld volgens een nieuwe NPR norm, hooguit een schadevergoeding. Dit leidt tot woede en grote stress. Met de uitspraak van de Groninger bestuursrechter in de hand zal zeker die ongelijkheid eerder aangevochten gaan worden.

Gerrit Wempe, november 2022

Geen tijd tijdens kantooruren? Geen probleem!

U kunt nu ook een afspraak maken op donderdagavond tussen 17:00 en 20:00 uur. Bel voor een afspraak:

088- 515 9099