Verplichte herplant van bos – Wet natuurbescherming – Omgevingswet

De Wet natuurbescherming (wnb)beschermt niet alleen Natura 2000 gebieden en de biodiversiteit in die gebieden maar ook andere natuurbelangen die voorheen waren gewaarborgd in de Natuurbeschermingswet, de Boswet en de Flora- en faunawet.

Onlangs had een cliënt een aantal percelen grond gekocht die volgens de koopakte waren aangewezen als blijvend grasland. De publieke bestemming volgens het bestemmingsplan was agrarisch met waarden/besloten gebied. Op de percelen had zich een houtopstand bevonden. Van een houtopstand is sprake wanneer er een zelfstandige eenheid is van bomen, boomvormers (nog zonder kruin), struiken, hakhout of griend (wilgen) die een oppervlakte grond beslaat van 10 are of meer of die uit een rijbeplanting bestaat van meer dan twintig bomen (artikel 1.1 Wnb). Er is dus al snel sprake van een houtopstand (een bos of een singel). Als een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld of anderszins teniet is gedaan, dan draagt de rechthebbende in het algemeen zorg voor het herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of teniet gaan van de houtopstand (artikel 4.3 lid 1 Wnb). De rechthebbende is meestal de eigenaar maar het kan ook een beperkt gerechtigde zijn zoals een erfpachter.

Nu wilde de provincie als bevoegd gezag de herplant overeenkomstig de Wet natuurbescherming handhaven. Dit zou echter leiden tot een ander gebruik dan volgens het bestemmingsplan, namelijk van bos in plaats van agrarisch gebruik. Welke regeling heeft nu voorrang? In het algemeen geldt dat de Wet natuurbescherming een formele wet is en van hogere orde is dan een bestemmingsplan. Bij conflicterende regels dient de lagere regeling buiten toepassing te worden gelaten, zowel door het bestuursorgaan als door de rechter. Dit zou betekenen dat de formeel wettelijke verplichting uit de Wet natuurbescherming tot herplant niet verhinderd wordt door de agrarische bestemming. Deze voorrang van de formele wet kwam uitdrukkelijk aan de orde in de uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven van 31 juli 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AE7543.

De vraag is of er uitzonderingen op deze conflictregel bestaan. In de voorganger van de Wnb, de Boswet, stond een uitzondering geformuleerd op de algemene voorrang van de formele wet. In artikel 5 van de Boswet (oud) was bepaald dat de herplantplicht niet gold wanneer op het gekapte perceel een werk overeenkomstig het bestemmingsplan werd uitgevoerd, bijvoorbeeld een bouwvlak waar bomen stonden. Deze uitzonderingsbepaling noch enige andere is overgenomen in de Wnb. Het overgangsrecht in de Wnb (artikel 9.9) rept enkel van voortgezette herplantverplichtingen, niet van voortgezette uitzonderingen hierop. Dit betekent dat de Wvb onder alle omstandigheden boven het bestemmingsplan gaat.

Het heeft mij de nodige studietijd gekost om vast te stellen dat er geen uitzondering (meer) geldt op deze hiërarchie van wetgeving en dat de herplantplicht uit de Wet natuurbescherming steeds boven de bestemming in het bestemmingsplan gaat. Het uitsluiten van uitzonderingen is immers veelal arbeidsintensief. Om anderen van dit studieresultaat te laten profiteren is dit artikeltje geschreven.

Hoe liep het af?
De cliënt moest dus het voormalige bos herplanten en in plaats van kostbare landbouwgrond eindigde hij met goedkope(re) bosgrond. Wat hem nog wel perspectief bood was een schadeverhaalsmogelijkheid op de verkoper. Deze wist namelijk van de herplantplicht. Waar in veel gevallen een spanningsveld bestaat tussen mededelingsplicht door de verkoper en onderzoeksplicht door de koper, kan die er nauwelijks zijn bij koop van grond waarop herplant van bos moet plaats vinden. Degene die de eigendom van grond, ten aanzien waarvan een plicht tot herbeplanting geldt overdraagt, stelt de verkrijger op de hoogte van de plicht tot herbeplanting en neemt die plicht uitdrukkelijk op in de akte van levering. Aldus artikel 4.3 lid 5 Wnb. De verkoper die deze plicht verzaakt, is het haasje.

NB
De Wet natuurbescherming zal opgaan in de nieuwe Omgevingswet. Ten tijde van het schrijven van dit artikeltje heeft de Eerste Kamer juist met de nieuwe wet ingestemd. Het vellen van houtopstanden wordt straks geregeld in één van de vier AMvB’s bij de nieuwe wet, in het Besluit activiteiten leefomgeving. De relatie met (nog) lagere regelgeving staat in artikel 11.92: Het gaat bij het toepassingsbereik niet om houtopstanden binnen de in het omgevingsplan aangewezen bebouwingsstructuur houtkap, bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Gerrit Wempe, 17 februari 2020

Geen tijd tijdens kantooruren? Geen probleem!

U kunt nu ook een afspraak maken op donderdagavond tussen 17:00 en 20:00 uur. Bel voor een afspraak:

088- 515 9099