De Hoge Raad heeft 13 juni 2025 uitspraak gedaan in een beschermingsbewind-/mentor zaak waarin om een hybride zitting was verzocht (een rechtszitting waarbij een partij niet fysiek aanwezig is maar via videobellen deelneemt) en de wederpartij zich daartegen verzette (ECLI:NL:HR:2025:902).
Procedure bij het Hof?
In eerste aanleg heeft de advocaat van verweerders een verzoek ingediend bij het Hof om digitaal deel te nemen aan de zitting. De redenen die hij hiervoor opgaf was onder meer dat de verhoudingen nogal op scherp staan en dat digitale deelname een confrontatie voorkomt.
De advocaten van verzoekers stemden echter niet in met dit verzoek en gaven hierbij onder meer aan dat fysieke aanwezigheid gezien de familieverhoudingen de voorkeur heeft en dat het waarschijnlijk is dat verweerders zich in een kleine setting van digitale deelname niet zullen durven uitspreken en een eigen mening vormen.
Uitspraak Hof
Het Hof heeft het verzoek om niet in persoon ter zitting te verschijnen, maar deelname middels videobellen gehonoreerd. Hiertegen hebben verzoekers cassatie ingesteld.
Procedure Hoge Raad
Verzoekers geven bij de Hoge Raad aan dat er geen wettelijke basis is voor het toestaan van de mondelinge behandeling via een videoverbinding. Als deze er al wel was, klagen zij dat het Hof niet gemotiveerd is ingegaan op de bezwaren van verzoekers en de vraag of de aard van de zaak zich niet verzet tegen deelname aan de mondelinge behandeling via een videoverbinding.
Uitspraak Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelt dat uit wetgeving niet blijkt dat de instemming van alle partijen nodig is voor een dergelijk verzoek tot videobellen.
Wel zegt de Hoge Raad dat een mondelinge behandeling waarbij alle partijen fysiek aanwezig zijn de voorkeur heeft. Daarom dient de rechter na te gaan of een hybride zitting een legitiem doel dient en of deelname op afstand van die partij op zodanige wijze kan worden georganiseerd dat het recht op een eerlijk proces wordt gewaarborgd. Daarbij kan ook de aard van de procedure en de hoedanigheid van de verzoekende partij van belang zijn.
Bovendien moet de rechter een eventueel bezwaar van de andere partij in zijn beoordeling te betrekken en daarop gemotiveerd beslissen. Dit laatste is evenwel niet gebeurd. De Hoge Raad verwijst het geding dan ook terug naar het Hof.
Wat betekent dit?
Er is wettelijk gezien dus wel een grondslag voor het digitaal deelnemen aan een zitting, ook als de wederpartij niet instemt. Rechters kunnen echter bezwaren van de andere partij niet zonder meer naast zich neerleggen. Zij zullen gemotiveerd moeten aangeven waarom zij een hybride zitting wel toestaan. Uit de praktijk zal moeten blijken of er voortaan vaker zal worden gevideobeld in de rechtszaal.



